Vrijheid in Christus

wpid-wp-1399321604065.jpegChristus maakt ons werkelijk vrij. Het lijkt zo’n grote theologische slogan. Want wat betekent het nu precies. En inderdaad vele theologen hebben zich al gebogen over vrijheid die christenen in hun geloof krijgen. Toch is het geen vage kreet. Het is werkelijkheid en ervaren, hier en nu.

Bijna tweeduizend jaar geleden stierf er in Jeruzalem een man aan een kruis. Het was een normale manier van mensen ombrengen destijds. Wat hij gedaan had? Eigenlijk niets. Hij was zichzelf geweest. Vol van passie en liefde voor God en mensen. Hij had mensen ruimte gegeven aan wie alle ruimte was ontnomen en de heilige boeken uitgelegd zodat ze weer vrijheid en ruimte gaven, in plaats van dat ze mensen beknelden. Hij moest het met zijn leven bekopen en de mensen om hem heen waren in diepe rouw. Tot ieders verbazing hield het verhaal daar niet op: het begon pas. Drie dagen later was Zijn graf weer leeg. Het leven kreeg zoveel ruimte en vrijheid dat de dood er door verslagen werd.
Dat besef, dat is Pasen. Dat is geen wetenschappelijk feit. De verrijzenis werd immers niet door iedereen opgemerkt. Alleen zij die geloven en zich durven toevertrouwen aan God mochten het aanschouwen. We kunnen het niet zien met onze ogen, maar alleen met ons hart. Dan beseffen we dat het de diepste waarheid is: de dood is dood, de Heer is waarlijk verrezen. We mogen weten dat er niets zo donker en zwart en doods is of het zal worden verslagen. Het licht breekt door, overal. Dat geloof ik diep in mijn hart en zo kan ik daarin mijzelf worden.

Het leven kan dan wel woestijn zijn, maar ik ben in alle vrijheid op weg naar dat beloofde land erachter. Dat is de vrijheid die we in Christus hebben: mogen kiezen voor het licht in ons leven, dat ons altijd nabij zal zijn. Vol vertrouwen ga ik die weg, zoekend, soms aarzelend, maar in alles dankbaar voor de prachtige nieuwe dingen die ik, aan mijzelf en om mee heen, ontdek.