Van vuur naar vuur

Een roos, vuurrood. Dat wij in de vasten net zo vurig mogen zijn.
Een roos, vuurrood. Dat wij in de vasten net zo vurig mogen zijn.

Het was een behoorlijk vuur, het branden van de palmtakjes. Het waren de takjes van palmzondag vorig jaar die in de kerk verbrand werden. Met de as werden de kruisjes op het voorhoofd van de gelovigen gezet. As is een middel tot reiniging, maar ook symbool van waar we als mensen vandaan komen, slechts uit as.

Het vuur deed me denken aan het vuur waaraan met Pasen de paaskaars ontstoken worden. De veertigdagentijd is eigenlijk een grote gemeenschappelijke tocht van vuur naar vuur. We trekken door de woestijn heen, waarbij gelovigen één gemeenschap vormen.

Vasten is jezelf voedsel ontzeggen, of sommige vormen daarvan. Vasten is goed zijn voor anderen. Geld dat je overhoudt door minder eten te komen komt ten goede aan goede doelen. Maar het is ook een tijd van inkeer. Je meer afstemmen op God, door gebed. Doordat je bijvoorbeeld minder tv kijkt of facebookt, hou je tijd over om te bidden en na te denken. Het vuur is voor mij ook teken om mijn passie en vuur brandend te houden.
De viering gaf mij, terwijl ik erg moe was, toch energie. Omdat het fijn is zo dicht bij God te leven. Het geeft me energie om te kunnen leven en te kunnen getuigen van Gods liefde.

Hoe ik dat nog meer en beter vorm geef in mijn leven, dat hoop ik deze veertigdagentijd te ontdekken. Van vuur naar vuur, uiteindelijk naar een liefdesvuur in de relatie van God met mensen, van God met mij. Moge voor ieder de vastentijd vruchtbaar zijn.