Ken de oorlog, vier de vrijheid!

De herdenking in de Nieuwe Kerk en op de Dam was gisteren zeer indrukwekkend. Stiller dan stil was de stilte. De woorden en beelden van de sprekers kwamen intens binnen. De voordracht van Arnon Grunberg over de man die in het kamp zijn “Nee” tegen een Duits bevel moest bekopen met zijn dood grijpt me aan. Ook zijn uitspraak over het kennen van details, als je de oorlog wilt begrijpen en ervan wilt leren triggert me.

De werkloze majoor

Van tijd tot tijd doe ik stamboomonderzoek. Al eerder schreef ik over een voorvader in de 19e eeuw die commissaris was in Zutphen. De Tweede-Wereldoorlog is voor een genealoog redelijk dichtbij. Mijn oma heeft het immers allemaal meegemaakt. Zo af en toe vertelt ze er ook over. Over haar vader bijvoorbeeld. Die, ten tijde van het uitbreken van de oorlog majoor was op de Utrechtse heuvelrug. Hij was er gelegerd met het 9e regiment motorartillerie. Hoewel dit regiment officieel in Naarden haar basis had.
Op 15 mei 1940 werd er op de Grebbeberg getekend voor de Nederlandse capitulatie en mijn overgrootvader Sander Edward Schoevers, zou bij deze ondertekening in elk geval aanwezig geweest zijn. Daarna kon hij naar zijn gezin in Bussum terug. Als zoveel Nederlandse militairen raakte hij acuut werkloos en zonder inkomen.

Komt u zich melden?

Officieel had de bezetter in 1940 alle soldaten en officieren in krijgsgevangenschap gesteld. Ze werden niet direct afgevoerd, maar mochten op “groot-verlof” hun tijd thuis uitzitten. Ze hadden wel de plicht beschikbaar te zijn zodra de bezetter dat wilde. Elk jaar werden ze gecontroleerd. Zo ook in 1942. Op 15 mei 1942, twee jaar na het uitbreken van de oorlog moest mijn overgrootvader zich melden. Het bleek niet een controle als het jaar ervoor. Hij kreeg een verklaring uitgereikt dat hij in krijgsgevangenschap werd genomen en hij werd op transport gezet met vele officieren naar Neurenberg-Langwasser. Zijn vrouw en vijf kinderen (waaronder mijn oma) bleven alleen achter.

Krijgsgevangen zijn.

Vanuit Neurenberg ging hij verder op transport naar Stanislau (nu ligt dit in de Oekraïne). Eind 1942 werd Sander ziek. Hij mocht terugkeren naar huis om te herstellen. Een half jaar later ging hij terug naar Stanislau. Toen in 1944 de geallieerden wat dichterbij kwamen werd het de Duitsers te heet onder de voeten en ze versleepten de krijgsgevangenofficieren (enige honderden) naar Neubrandenburg. Dit kamp werd op 28 april 1945 bevrijdt.

Natuurlijk was een krijgsgevangenschap voor een redelijk hoge officier minder afzien dan de werkkampen waarin veel joden, homoseksuelen en zigeuners zaten. Bovendien was de kans groter dat je het zou overleven. Krijgsgevangenen kwamen om door vergeldingsacties als er in eigen land Duitse soldaten waren gesneuveld, of door ziekte en honger. Er zijn vele dagboeken geschreven door de officieren in die tijd. Ze werden relatief goed behandeld. Ze hadden eens in de week hun ontspanning: wandelen of zwemmen. Ze kregen te eten, weliswaar weinig, maar er was eten. In het laatste kamp zat mijn overgrootvader zelfs in een commissie van krijgsgevangenen die met de Duitse kok mocht overleggen over het eten. Zodat het nog een beetje te doen zou zijn.

Het kamp Neubrandenburg

Mijn lijn en gedachten bij de oorlog

Sander Edward Schoevers is relatief redelijk behandeld door de Duitsers. De oorlog en zijn militaire carriere heeft hem, als ik daar soms wat van mijn oma van hoor, wel enorm getekend. Hij heeft het gelukkig overleefd en stierf uiteindelijk in 1969, hij was toen 77.
Op dit moment is hij, samen met mijn gelukkig nog levende oma, mijn gedachte bij de oorlog. Ook over mijn andere grootouders in de oorlog zijn mooie verhalen te vertellen. Dat weet ik zeker. Ze staan me niet zo helder voor de geest. Het zijn flarden en details die van tijd tot tijd zullen oplichten. Details die belangrijk maken dat we deze verschikkelijke tijd van bezetting. oorlog en onderdrukking moeten blijven herdenken.

Blij om vrij te zijn!

Die verschrikkingen willen we nooit meer. Dat staat voor iedereen vast. Het is heel bijzonder dat we binnen onze grenzen al 75 jaar bevrijd en vrij zijn. Nooit eerder was er zo’n lange tijd zonder oorlog op ons grondgebied. In deze coronacrisis hebben we zelf wat vrijheden opgegeven, voor onze gezondheid. Zoals de koning dit gisteren zo mooi verwoordde. Maar vrij van gedachten en spreken blijven we. Wij hoeven geen gevangenisstraf of dood te vrezen als we onze mening uiten. Wij kunnen in discussie of besluiten van de regering wel of niet goed zijn. Deze discussie voeren we dan, beschaafd en gestroomlijnd via parlement en media en natuurlijk via internet. Maar wij kunnen en mogen dat zonder vrees. Dat is een feestje waard.

Helaas is dat grote vieren vandaag niet mogelijk en moet het met vlaggen uit de ramen en aan de huizen. Vlagposters voor de ramen en een extra oranjegebakje van de bakkers. Zij springen hier goed op in. Met online bevrijdingsconcerten en lekker in de tuin zitten, kunnen we er zo met ons allen toch nog wat van maken.

Gelovig blij zijn met vrijheid

Ook als gelovige kun je jouw dankbaarheid en vreugde vieren. Gelovigen doen dat meestal door te bidden of door de bijbel te lezen. Zelf denk ik bij bevrijding aan het verhaal van Pasen. Waarbij we door de wederopstanding van Jezus mogen zien dat uiteindelijk dood nooit het einde is. Door Pasen blijf ik hoop houden op een einde van de crisis. Hoop op nieuw leven, daar waar het oude afgesloten leek. En blijf ik hoop houden dat we hen die ons ontvielen ooit terugzien in de hemel.

Voor dit blog ben ik veel dank verschuldigd aan de maker van www.krijgsgevangen.nl, die mij veel informatie verstrekte.