Het graf dat de wereld veranderde

  Hij stond aan het graf dat de wereld had veranderd. De grootste rustplaats voor een enkel iemand. In wezen was niet alleen het graf zelf, maar alles om hem heen de tombe van één man. Nauwelijks was het voor te stellen. Zover het oog reiken kon stonden er stoelen en waren de pilaren en het plafond bekleed met goud. De man die hier begraven lag, hij moest wel een groot wereldleider zijn geweest, zoveel eer en rijkdom krijg je immers niet zomaar. De gedachten gingen steeds verder door het hoofd van Frank. Beelden buitelden over elkaar heen. Hoe had deze man ooit, eeuwen geleden zijn volk toegesproken? Wie hadden er naar hem geluisterd? Welk leger van soldaten moest deze grote heerser op de been hebben kunnen brengen. Wat was het dat zijn graf nu nog steeds zo goed werd bijgehouden? Hij moest wel wat losmaken in de mensen van deze stad.

In de drukte van mensen slenterde Frank verder langs de grote zwarte zuilen die op de hoeken van het graf stonden. Ze wentelden zich naar boven als een wenteltrap in een kasteel. De overledene zou zo wellicht beter naar boven kunnen of wellicht kon zijn ziel beter naar beneden. De zwarte bronzen zuilen waren overdekt met een laag goud, die schitterde door het licht wat erop viel. Hij beleef voortdurend kijken naar het imposante bouwwerk dat in een grote zaal was opgesteld. Alles in de zaal wees naar dit bouwwerk dat in het midden stond. Je kon er trouwens niet heel dichtbij komen.

Onder het bouwsel, op de witte marmeren trappen naar het monument zaten acht mannen. Elk met een zwart rouwgewaad aan. Het was een lange jurk, waar alleen bij de nek een heel klein blokje wit te onderscheiden was. De mannen zelf waren van verschillende leeftijden. De jongste schatte hij begin dertig, de oudste misschien wel zestig. Doordat Frank er wat verder vanaf stond kon hij niet horen wat de mannen zongen of zeiden, maar hun monden bewogen opvallend vaak. Het moest wel een eerbetoon zijn aan degene die er begraven lag. Alles om hem heen wees immers naar het graf toe.

Frank werd steeds nieuwsgieriger wat er precies gebeurde in deze ruimte. Terwijl hij het zich afvroeg keek hij op naar het plafond waar in gouden cirkels vier schilderijen van mannen neerkeken op het graf. Het leken wijze mannen, drie van de vier hadden een baard en alle vier hadden ze een boek in hun handen. Hij probeerde met zijn camera er mooie plaatjes van te maken, voor het album, thuis. Het lukte niet echt. De ruimte was ondanks al het schitterende goud niet genoeg verlicht en zijn arm was instabiel doordat hij zo enorm onder de indruk was van alle versiersels om hem heen.

Dan maar op zoek naar de souvenirwinkel. In bijna elk museum hadden ze die, dus hier was er vast ook zo’n zaakje. De ansichtkaarten zouden wel weer veel te duur zijn en van die mannen hadden ze vast geen kaarten, maar het was het proberen waard. Bij de shop zelf bleek Frank gelijk te hebben gehad over het aanbod van de kaarten. Zijn heren waren niet aanwezig, wel waren er genoeg boeken over het mausoleum te krijgen. Hij kocht er eentje van en hij liep naar buiten.

Daar kwam hij op een zo mogelijk nog groter plein terecht dan de ruimte binnen al was. Een plein dat helemaal gericht was op de trappen voor het mausoleum. De voorgevel van het pand was nog veel hoger dan hij zelf had vermoed, toen hij binnenstond. Boven de verdieping van het graf was namelijk nog een verdieping, die vooral naar voren kwam door een enorm groot balkon. Een balkon en een bordes, het leek wel een paleis. Frank vond het vreemd. Een paleis dat als belangrijkste zaal een graf herbergt. Wat was dit voor vertoning?

Hij besloot om op het plein een bankje te zoeken, ondanks dat er dan geen bomen op het plein stonden, moest er vast wel een zitplaats zijn. Maar hoe hij ook zocht, hij vond twee fonteinen, en een heleboel stoelen. De stoelen waren voor hem en de andere mensen echter onbereikbaar. Om echt te kunnen zitten moest hij maar gewoon op de grond gaan zitten, bijvoorbeeld onder de zuilengalerij die de randen van het plein omsloot. Toen hij zich liet zakken tegen een van de pilaren keken een paar mannen in geel-rood gekleurde gewaden hem aan. Ze zagen eruit alsof ze het spul moesten bewaken. Na een korte blik ging hun blik weer naar de menigte, Frank was goedgekeurd. Hij pakte een flesje water uit zijn tas, nam een flinke teug en haalde zijn boek uit het cellofaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.